Tijdens een behandeling raak ik met mijn mondhygiënist aan de praat over haar studiekeuze. In 6 vwo heeft ze nog geen idee wat ze wil studeren. Via haar toenmalige vriendje mag ze een keer meekijken in de tandartspraktijk van zijn ouders. Daar ziet ze een wortelkanaalbehandeling en wordt ze bijna niet goed. Haar eerste gedachte is duidelijk: dit is niets voor mij. Toch schrijft ze zich later in voor de opleiding Mondzorgkunde. Ze weet ook niet goed wat ze anders moet kiezen en besluit: als ik word ingeloot, dan ga ik het gewoon proberen.
Ze wordt ingeloot en begint aan de opleiding. Het eerste jaar vindt ze vreselijk. Pas in het tweede jaar, wanneer ze stage gaat lopen en het vak in de praktijk ervaart, verandert er iets. Ze ontdekt wat ze leuk vindt aan het werk en krijgt er steeds meer plezier in. Het vak dat haar aanvankelijk helemaal niets lijkt, begint haar steeds meer aan te spreken.
Ze rondt haar opleiding af, gaat aan het werk en begint later, wanneer ze kinderen krijgt, als zzp'er haar eigen praktijk. Inmiddels zit haar agenda vol en is er volop vraag naar haar werk. Wat me tijdens ons gesprek vooral opvalt, is het enthousiasme waarmee ze over haar vak vertelt. Terwijl ze destijds zonder duidelijke overtuiging aan haar studie begint, heeft ze inmiddels werk gevonden waar ze veel plezier aan beleeft.
Een studiekeuze hoeft niet meteen als de perfecte keuze te voelen. Door ervaring op te doen, ontdek je wat een opleiding en het bijbehorende werk werkelijk inhouden. En dat kan je beeld volledig veranderen.